Instandhoudingsdoelen

Meinweg

In totaal is de Meinweg aangemeld voor veertien instandhoudingsdoelen, waarvan acht habitattypen, drie habitatsoorten en drie Vogelrichtlijnsoorten (Ministerie van LNV, 2006a). Hiervan hebben drie typen de prioritaire status, aangegeven met een sterretje (*). De prioritaire status houdt in dat voor deze typen een bijzondere verantwoordelijkheid geldt omdat een belangrijk deel van hun natuurlijk verspreidingsgebied op de Meinweg ligt (artikel 1 Habitatrichtlijn).

Habitattype 

Instandhoudingdoel

H3160 (Zure vennen)

Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit

H4010A (Vochtige heide)

Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit

H4030 (Droge heide)

Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit

H7110B* (Actief hoogveen, heideveentjes)   

Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit

H7150 (Pioniervegetaties met snavelbies)

Behoud oppervlakte en kwaliteit

H9190 (Oude eikenbossen)

Uitbreiding oppervlakte en behoud kwaliteit

H91D0* (Veenbossen)

Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit

H91E0C* (Vochtige alluviale bossen)

Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit

Habitatsoort

Instandhoudingsdoel

H1096 (Beekprik)

Behoud verspreiding, omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie

H1166 (Kamsalamander)

Uitbreiding verspreiding, omvang en verbetering kwaliteit leefgebied voor uitbreiding populatie

H1831 (Drijvende waterweegbree)

Behoud omvang en kwaliteit biotoop voor behoud populatie

Vogelrichtlijnsoort

 Instandhoudingsdoel

A224 (Nachtzwaluw)

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 25 paren

A246 (Boomleeuwerik)

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 30 paren

A276 (Roodborsttapuit)

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 20 paren



Deel deze pagina

E-mail Print Twitter Facebook