Instandhoudingsdoelen

Maasduinen

Algemene doelen

Voor Maasduinen zijn in totaal 14 diverse habitattypen en –soorten opgenomen met betrekking tot de instandhoudingsdoelstellingen. Voor enkele van deze typen en soorten geldt dat ze zijn aangeduid met een sterretje. Dit wil zeggen dat ze als prioritair zijn aan te merken. De prioritaire status houdt in dat voor deze typen en soort een bijzondere verantwoordelijkheid geldt omdat een belangrijk deel van hun natuurlijk verspreidingsgebied in de Maasduinen ligt (artikel 1 Habitatrichtlijn).

Habitattypen 

Instandhoudingsdoel

H2310 (Stuifzandheiden met struikhei) 

Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit 

H2330 ( Zandverstuivingen) 

Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit 

H3130 (Zwakgebufferde vennen) 

Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit 

H3160 (Zure vennen) 

Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit 

H4010 (Vochtige heiden) 

Uitbreiding oppervlakte en behoud kwaliteit 

H6120* (Stroomdalgraslanden) 

Behoud oppervlakte en kwaliteit 

H7150 (Pioniervegetaties met snavelbiezen) 

Behoud oppervlakte en kwaliteit 

H91D0* (Hoogveenbossen) 

Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit 

H91E0* (Vochtige alluviale bossen) 

Behoud oppervlakte en kwaliteit 

Habitatsoort 

Instandhoudingsdoel

H1337 (Bever)

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor uitbreiding populatie

Habitatsoort 

Instandhoudingsdoel

H1831 (drijvende waterweegbree) 

Behoud omvang en kwaliteit biotoop voor behoud populatie 

Vogelsoorten 

Instandhoudingsdoel

A004 (Dodaars) 

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een

draagkracht voor een populatie van ten minste 50 paren 

A008 (Geoorde fuut)

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een
draagkracht voor een populatie van ten minste 5 paren 

A224 (Nachtzwaluw) 

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 30 paren 

A236 (Zwarte specht) 

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een
draagkracht voor een populatie van ten minste 30 paren 

A246 (Boomleeuwerik) 

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een
draagkracht voor een populatie van ten minste 100 paren 

A249 (Oeverzwaluw) 

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een
draagkracht voor een populatie van ten minste 120 paren 

A276 (Roodborsttapuit) 

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een
draagkracht voor een populatie van ten minste 85 paren 

A338 (Grauwe klauwier) 

Behoud omvang en/of verbetering kwaliteit leefgebied met een
draagkracht voor een populatie van ten minste 3 paren 

Complementair 

Instandhoudingsdoel

H7110* (Actieve Hoogvenen) 

Ontwikkeling actieve hoogvenen, heideveentjes (subtype B) 

H1059 (Pimpernelblauwtje) 

Ontwikkeling leefgebied en vestiging duurzame populatie van
ten minste 1000 volwassen individuen 

H1061 (Donker Pimpernelblauwtje) 

Ontwikkeling leefgebied en vestiging duurzame populatie
van ten minste 1000 volwassen individuen


Deel deze pagina

E-mail Print Twitter Facebook